Hoe voorkom je valsspelen en ongelukken in de voedselbranche?

Deze blog is geschreven ter gelegenheid van de 4e editie van het Fraude Film Festival door Lysbeth van Brederode, werkzaam als coördinerend/specialistisch inspecteur bij de Inlichtingen en Opsporingsdienst van de NVWA.

Voedselfraude is lastig om vast te stellen. Consumenten kunnen niet zelf zien of de koffie die zij kopen het Max Havelaar keurmerk echt verdient of dat de kip die zij eten illegaal met antibiotica is behandeld. Dergelijke fraude is ook lastig vast te stellen door de overheid. Ten eerste omdat de sector primair zelf verantwoordelijk is voor de voedselveiligheid. De overheid houdt toezicht, maar kan niet overal komen en kijken. Ten tweede speelt fraude zich altijd buiten het gezichtsveld af. Valspelen in de voedselketen leidt soms tot veel maatschappelijke onrust, zoals recent de fipronilaffaire en een paar jaar terug het paardenvleesschandaal.

Opsporingsdienst NVWA onderzoekt voedselfraude
De NVWA heeft een kleine, maar goed geëquipeerde opsporingsdienst die o.a. onderzoek doet naar voedselfraude. In de periode 2012-2016 heeft de Inlichtingen en Opsporingsdienst van de NVWA tientallen onderzoeken naar voedselfraude gedaan.
In de pluimveeketen, nu een actueel onderwerp, deed de NVWA-IOD in deze periode onderzoek naar fraude op het gebied van antibiotica, voedselfraude, productie en handel, transport en mest. De IOD ontving tientallen signalen over fraude in de pluimveeketen en was betrokken bij ca. 30 onderzoeken, waarvan 13 over voedselfraude inclusief 5 over illegaal antibioticagebruik. De informatie die deze opsporingsonderzoeken oplevert wordt samen met andere informatiebronnen continue door analisten geanalyseerd. Uit deze analyses blijkt dat het soms om grootschalige fraude gaat, bijvoorbeeld met illegaal antibioticagebruik:

In een onderzoek werd duidelijk dat tenminste dertig vleeskuikenhouders illegale antibiotica afnamen van een specifieke handelaar. Deze bedrijven waren allemaal gevestigd in één bepaald postcodegebied. Als we deze dertig vleeskuikenhouders afzetten tegen het totaal aantal vleeskuikenhouders in dat postcodegebied dan was dat bijna de helft van het aantal vleeskuikenhouders in dat gebied.

Ook het omkatten van eieren gebeurde op grote schaal:

In een strafrechtelijk onderzoek naar de classificatie van eieren bleek dat de verdachte broederij in een periode van drie jaar ca. 500 facturen valselijk had opgemaakt voor ca. 150 leghenhouders. Hierdoor zijn ca. meer dan een half miljoen leghennen buiten het zicht van de toezichthouder aan leghenhouderijen geleverd. Het frauderen met classificatie van eieren gebeurde op grote schaal, meer dan een miljard eieren werden omgekat. Deze eieren werden ten onrechte als scharrel- of vrije-uitloop eieren verkocht. Dit leverde betrokken bedrijven tonnen extra op.

Veehouder niet altijd de ‘intellectuele dader’
Slechts een klein deel (ca. 5%) van de vleeskuikenhouders opereert als ‘vrije mester’; het overgrote merendeel heeft zich vooraf gecommitteerd aan prijsgarantieafspraken met grote spelers als slachthuis of voerleverancier. Uit onze opsporingsonderzoeken blijkt dat deze grote spelers in sommige gevallen druk uitoefenen op de pluimveehouders om dierenwelzijns- of diergeneesmiddelenregels te overtreden om zo goedkoop mogelijk te kunnen produceren. Sterker nog: het is nog maar de vraag of de pluimveehouders zelf wel de ‘intellectuele daders’ zijn van de fraude die ze plegen. Overigens blijft de pluimveehouder als materieel dader net zo goed strafbaar, ook al heeft hij het niet zelf bedacht.

Pluimveeketen heeft fraudegevoelige kenmerken
De pluimveevleesketen kenmerkt zich door grote volumes, kleine winstmarges en een strakke logistieke planning; de opfoktijden zijn kort (circa zes weken voor een reguliere kip).
Dierziektes kunnen tijdens de opfok voor enorme logistieke problemen zorgen. Kuikens zijn dan te laat slachtrijp, waardoor het voor de slachter moeilijker is om aan de afzetverplichting aan de vleesmarkt te voldoen. Preventief antibiotica toedienen om dit risico in te perken mag niet meer. Om de resistentieproblematiek tegen te gaan is ook niet-preventief antibioticagebruik onlangs aan veel strengere regels gebonden.

Beperkte zakelijke controle
Uit diverse opsporingsonderzoeken ontstaat het beeld dat de onderlinge controle in de pluimveeketen beperkt is. Ketenpartners ondernamen dikwijls geen actie ondanks dat zij vermoedelijk wisten dat verdachte activiteiten plaatsvonden of ketenpartners werkten zelfs mee aan de fraude. Hierbij kun je denken aan dierenartsen en slachterijen die (zouden moeten) weten dat hun klanten illegale middelen gebruikten. Of handelaren die meer kippen verkopen dan wettelijk is toegestaan voor een bepaalde stal en dit maskeren op de factuur. Ook het recente fipronil incident roept de vraag op in hoeverre leghenhouders (hadden kunnen) weten dat er een illegaal middel werd gebruikt.

Motieven voor fraude
Wanneer de ondernemer te maken krijgt met kleine marges en met economische tegenslagen, dan is de verleiding om fraude te plegen soms groot, zo wordt duidelijk in strafrechtelijke onderzoeken.
Als legitimatie wordt wel opgevoerd dat illegale middelen al jarenlang en sector breed gebruikt worden. Door de omvang van de geconstateerde fraude en specifieke kenmerken van het productiesysteem, waaronder de strakke logistieke planning, krijg ik soms associaties met de
Tour de France. De situatie onder profwielrenners is wel verbeterd, maar dopinggebruik is nog steeds aan de orde van de dag. En dan kun je inzetten op frequenter en slimmer controleren, maar als de etappes even zwaar blijven en de verwachtingen even hooggespannen, leidt dat eerder tot een zoektocht naar nieuwe middelen dan tot een schone Tour.

Hoe maken we de pluimveeketen weerbaar tegen fraude?
Als we een veilige, duurzame en diervriendelijke productie willen van eieren en vlees, dan is enkel inzetten op meer toezicht niet toereikend. We moeten erkennen dat het huidig productiesysteem omstandigheden creëert die de drempel tot frauderen laag maakt. Met het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en overheden dienen we te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om het productiesysteem tegen deze ongezonde verleidingen weerbaar te maken.

4 & 5 okt
Wij gebruiken cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Meer informatie