The Price We Pay (2014)

The Price We Pay (2014)
Harold Crooks
93 minuten

Als het niet al meer dan 150 jaar bestond, zou het marxisme alsnog — met gezwinde spoed — moeten worden uitgevonden. Dat is de donkere, onbewuste boodschap die boven deze film zweeft. Marx had gelijk. Het kapitalisme eet zijn eigen kinderen op en creëert daarmee zijn onvermijdelijke ondergang. De kloof tussen arm en rijk is op hetzelfde niveau als in de middeleeuwen, de macht van financiële goochelaars is ongekend, de wereldpolitiek wordt gestuurd door een klein groepje van tien, twintig supermachtige bedrijven (Apple, Google, Amazon, wat oliezoekers en de heren van Goldman Sachs). Dat kan niet goed gaan. Ooit spat de hele boel uit elkaar. Maar wanneer?

Wat is het toch zonde dat de communistische toepassingen van het marxisme die de wereld de vorige eeuw overspoelden zo slecht zijn uitgepakt en ‘gelijkheid’, ‘socialisme’, ‘herverdeling’, ‘rechtvaardigheid, en ‘solidariteit zo’n slechte klank hebben gegeven, want oh, oh, oh, wat zou het toch fijn zijn als mensen gewoon konden doen waar ze goed in waren en waar ze plezier in hadden, iedereen zo ongeveer hetzelfde verdiende en de overheid alle economische meerwaarde, op basis van democratisch goedgekeurde vijfjaren plannen, keurig herverdeelde.

Helaas. Voor Thatcher, Reagan en Lubbers cum suis waren ‘social change’ en ‘redistribution of wealth’ scheldwoorden. Vloeken in de privatiseringskerk. Deze wereldleiders raakten verliefd op de onzichtbare hand, zagen belasting toch vooral als een vorm van diefstal en vonden dat bankiers vooral hun goddeloze gang moesten kunnen gaan. ‘Revenue’, dat was hun toverwoord. Winst. Zodat bedrijven vooral konden blijven investeren. Dat is pas goed voor de economie. De rest was bijzaak.

De rest is geschiedenis.

Of zoals een van de tientallen talking heads het zegt in deze film, ‘We don’t have a welfare state anymore. We had thirty years of dismantling it.’ Werkloosheid, crisis, depressie, tweedeling, ellende. De wereld is op drift en dat is de schuld van de immorele, harteloze kerngedachte van Het Kapitalisme: eigenbelang eerst, altijd. Dat is de boodschap van deze intens sombere, deprimerende documentaire over de talloze schijnconstructies die grote multinationals gebruiken om op allerhande manieren belasting te kunnen ontduiken. Kapitalisme in al zijn eenvoud: niet omdat het moet/mag/hoort/goed is, maar omdat het kan. ‘What we do is not illegal. You should not call it tax evasion. I like to call it tax efficiency’. Panama. Cayman, Guernsey, Bahamas, Ierland, Nederland.

The Price We Pay voert een bonte stoet van filosofen, economen, historici en vooral (tot inkeer gekomen) ex-bankiers op om de extreem sombere boodschap te verkondigen dat het systeem in- en in-verrot is en dat het voorlopig (de komende decennia) niet goed komt, omdat de superrijken er garen bij spinnen en alle macht naar zich toe hebben getrokken. Kort en goed: we’re fucked.

Nee, dan kijk ik toch liever naar Bernardo Bertolucci’s meesterwerk uit 1976, Novecento. Net als The Price we Pay is Novecento een aanklacht tegen het ongebreideld, immoreel, armoede vermeerderend kapitalisme. Maar Novecento is meer dan een sombere waarschuwing. Novecento is hoopvol. Uiteindelijk overwint de menselijkheid en moeten de kapitalisten het veld ruimen. Ze worden letterlijk het dorp uit geduwd, de stad uit gesleurd. Wanneer dat is gebeurd, naaien de winnaars, de landarbeiders, hun rode overhemden, doeken en kleden aan elkaar. Zo ontstaat een grote rode vlag. Het is een krachtige symbool voor het begin van een nieuwe lente, een nieuw geluid, een nieuwe tijd. Primavera.

Misschien een goed idee.

 

Dit is een persoonlijke essay van Diederik Stapel; het weerspiegelt niet de mening van de Stichting Fraude Film Festival.

4 & 5 okt
Wij gebruiken cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Meer informatie